Het is 1968. De camera’s draaien. Op Kasteel ‘Oldenstein’ wordt een toernooi gehouden.  De winnaar ontvangt als prijs de Byzantijnse Beker. Ridders vechten in de arena verbeten tegen elkaar. Als de assistent van regisseur Paul Verhoeven de hand opsteekt klinkt er luid gejuich onder de middeleeuwse  toeschouwers. Eén er van is Kees Vermaas. “De opname met het gejuich moest wel drie of vier keer over.” En dat alles voor een glas  sinas en een gevulde koek. Hij was  op 12-jarige leeftijd figurant in de tv-serie Floris.

Dat Floris nog steeds populair is, is niet aan Kees besteed.  Hij heeft de 12-delige serie  al lang niet meer gezien. Zijn rol in de scene  herkent hij niet eens, legt hij met nuchtere stem uit. Door Floris is Kees Vermaas geen bekende Doornenburger geworden. Op zijn gezicht komt een brede lach. Kan ook niet anders “De camera’s stonden achter onze ruggen.”
De herinneringen uit 1968 zijn vaag. Waarom en hoe hij aan de figurantenrol kwam, is hem niet bekend. Meest waarschijnlijk is via een oproep in de zesde klas van de lagere school.

Het besef dat Keesje mee mocht doen in een tv-serie en in contact zou komen met filmsterren , kwam nauwelijks in hem op. Als 12-jarige jongetje uit Doornenburg was hij niet met films bezig. Thuis hadden ze net een tv aangeschaft en een bioscoopbezoek was onbereikbaar. Zijn jeugd speelde zich voor een groot deel af in Doornenburg, zegt Kees. In een dorp waar het leven zijn gangetje ging.

Het contact op de filmset met acteurs bleef uit. Rutger Hauer heeft hij alleen op afstand gezien. Zelfs een vluchtige groet op afstand was er niet bij. De figuranten mochten wel in de boomgaard rondlopen waar de tenten van het stuntteam stonden. De toenmalige eigenaar Hammy de Beukelaer heeft hij wel van dichtbij  ontmoet. “Als ik er nu aan terug denk, dan gingen de opnames  heel primitief.” De sfeer op en rond het kasteel was volgens Kees gemoedelijk en zonder kapsones.

Het 11-jarige dorpse knaapje dat amper over de grens van Doornenburg kwam heeft zijn ogen uitgekeken. Soms durfde hij bijna niet te kijken, zo weet hij nog. “Ik was als blaag een grote schijterd. De acteurs en actrices kenden gin schaamte.”  Om het beeld ‘netjes’ te houden legt hij uit   Keesje en zijn klasgenootjes hebben toen voor het eerst vrouwen gezien in een slipje en BH.

Kees zegt nauwelijks nog aan Floris terug te denken. Daar is hij te nuchter voor. “Ik kan heel goed afstand van dingen doen.” Maar hij is ook een cultuurbarbaar voegt hij er lachend aan toe. Bij zijn  werk gebruikt hij Floris regelmatig. Als hij in Duitsland zit en ze vragen waar hij vandaan komt dan is het steevast Doornenburg, het dorp waar het schloß von Floris staat. “En dan weten ze meteen genoeg.” Vooral inwoners van Nordrhein-Westfalen, zo is zijn ervaring.

Kasteel Doornenburg schenk in het weekeinde van 9 en 10  november met een expositie en activiteiten aandacht aan Floris.