Kasteel Doornenburg beschikt door een schenking over een doopvont uit 1843. Een doopvont met een bijzonder verhaal, zo blijkt uit nader onderzoek. Maar het is vooral een kostbare  aanvulling op de inrichting van de gewijde kapel.

De doopvont is geschonken door de parochie in Brummen, onderdeel van de RK parochie Levend Water in Doesburg. In de IJsselregio moesten  vijf van de zeven kerken dicht. Door sterk teruglopend kerkbezoek kon de parochie de onderhoudskosten van de kerken niet langer betalen. De Andreaskerk was er een van. Voor de doopvont leek een oneerbiedige toekomst weggelegd als ‘tuindecoratie’.

Totdat bij toeval het contact ontstond tussen Brummen en het kasteel. De parochie is blij dat hun doopvont een nieuwethuisbasis heeft gekregen in het Rijksmonument Kasteel Doornenburg. En ook nog in een gewijde laatmiddeleeuwse slotkapel.


Het was een heel klus om de doopvont naar Doornenburg te halen. De hardstenen kom weegt maar liefst circa 400 kilo. Maar het was de moeite zeker waard.

Bijzonder verhaal

Uit onderzoek blijkt dat Brummen een historische binding heeft met één van de vroegere eigenaren van Kasteel Doornenburg.  De doopvont uit de Sint Andreas gewijde Waterstaatkerk is door schenking   gebouwd op grond  van Reinira Maria Antonia van der Heijden (1748 – 1827). Zij was de jongste zuster van Johannes Everardus Caniusius van der Heijden, uit zijn geslacht eerste eigenaar van Kasteel Doornenburg.